Actuele examenprogramma’s dragen bij aan een goede doorstroom naar het vervolgonderwijs en tussen schoolsoorten en leerwegen. Ook bereiden ze leerlingen beter voor op hun plek in de maatschappij. In opdracht van het ministerie van OCW en samen met het onderwijsveld gaat SLO daarom met de actualisatie aan de slag. In de startnotitie staat uitgebreid beschreven waarom de examenprogramma’s van de natuurwetenschappelijke vakken precies worden geactualiseerd.
Binnen de natuurwetenschappelijke vakken actualiseren we de examenprogramma’s van biologie, natuurkunde/nask1, nlt, O&O en scheikunde/nask2 van vmbo basis tot vwo.
Een vakvernieuwingscommissie, bestaande uit leraren, vakexperts en curriculumexperts, werkt onder begeleiding van een procesregisseur aan de actualisatie van de examenprogramma’s natuurwetenschappelijke vakken. Bekijk welke leraren en experts in de vakvernieuwingscommissie natuurwetenschappelijke vakken zitten. Naast elke vakvernieuwingscommissie is een advieskring ingericht. De advieskring geeft feedback op de concepttussenproducten. Bekijk de leden van de advieskring.
De advieskring geeft feedback en reflecteert op de tussenproducten. De advieskring bestaat uit:
Daarnaast raadplegen de vakvernieuwingscommissies experts op persoonlijke titel. Per vak zijn een aantal experts hier vooraf voor gevraagd en gedurende het vernieuwingstraject kunnen de commissies aanvullend ook andere experts bevragen. Bekijk wie er in de advieskring zitten.
In de bovenbouw van het voortgezet onderwijs zijn digitale geletterdheid en burgerschap geen bestaande vakken. Daarom worden burgerschap en digitale geletterdheid in eerste instantie ondergebracht bij de verschillende vakgebieden. De vakvernieuwingscommissie heeft hier gerichte werkinstructies voor gekregen, zodat het totaal dekkend is voor de inhouden van deze nieuwe leergebieden. Zij maken daarbij onder andere gebruik van de Startnotitie digitale geletterdheid en de Startnotitie burgerschap.
Het is belangrijk dat de examenprogramma’s voor de verschillende schoolsoorten goed op elkaar aansluiten, daarom worden niet alleen de examenprogramma’s voor vmbo geactualiseerd. De nadruk van de actualisering zal wel bij het vmbo liggen.
De vakken blijven zeker bestaan. We hebben wel de opdracht gekregen om advies te geven over de namen: willen we die houden of veranderen in ‘natuurkunde’ en ‘scheikunde’.
Een examenprogramma is een bij wet- en regelgeving vastgelegd curriculumdocument, dat voor een vak beschrijft wat er aan het einde van het voortgezet onderwijs bereikt moet zijn om het vak met succes af te ronden. De geactualiseerde examenprogramma's beschrijven dat in termen van beheersing en/of ervaring. Het omvat in elk geval een karakteristiek en een set van eindtermen geordend in (sub)domeinen. Indien sprake is van een centraal- en schoolexamen, bevat het examenprogramma ook een verdeling van inhoud over het centraal en schoolexamen.
Actuele examenprogramma’s dragen bij aan een goede doorstroom naar vervolgonderwijs en tussen schoolsoorten en leerwegen. Ook bereiden ze leerlingen voor op hun plek in de maatschappij.
De huidige examenprogramma’s zijn jaren na hun invoering niet meer van deze tijd. Actuele kennis, inzichten en maatschappelijke ontwikkelingen vroegen om een update. De nieuwe examenprogramma’s zijn daarom actueler. Daarnaast beschrijven ze concreter wat leerlingen moeten kennen en kunnen. Hierdoor kunnen scholen en leraren scherpere keuzes maken in aanbod, onderwijs en toetsing/examinering. Ook is er meer aandacht voor de samenhang binnen en afstemming tussen de vakken.
Verder zijn vakdoorsnijdende thema’s geletterdheid en gecijferdheid, burgerschap, digitale geletterdheid en loopbaanontwikkeling explicieter en steviger verankerd in alle programma’s. Nieuw zijn de ervaringsdoelen, naast beheersingsdoelen, om zo een breed én kennisrijk curriculum te bouwen. Ook zijn de examenprogramma’s ontwikkeld in afstemming met de kerndoelen voor het primair onderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs, waardoor er betere doorlopende leerlijnen zijn. Ten slotte zijn de nieuwe examenprogramma’s zo ontwikkeld dat de schoolexamens een duidelijke, goede positie krijgen die complementair is aan de centrale examens.
De nieuwe examenprogramma's vind je op Actualisatie van de examenprogramma's, SLO.
Nadat de conceptexamenprogramma’s gevalideerd en in praktijk beproefd zijn, worden handreikingen opgeleverd die scholen gebruiken bij het ontwikkelen van schoolexamens. Scholen zijn zelf verantwoordelijk voor het ontwikkelen van de schoolexamens. Als het vak ook een centraal examen kent, worden daarnaast voorschrijvende syllabi opgeleverd die de doelen specificeren die zijn toegeschreven aan het centraal examen. Deze syllabi dienen als basis voor de uitwerking van de centrale examens. Ook helpt het leraren hun leerlingen goed voor te bereiden op de examens.
In de teams en vakvernieuwingscommissies gaan leraren, vakexperts en curriculum experts aan de slag met de actualisatie. Zij werken samen met een advieskring, die onder andere bestaat uit vakverenigingen, wetenschappers, lerarenopleidingen en andere relevante netwerken passend bij het betreffende vak. Daarnaast worden vakexperts geraadpleegd. Uiteraard worden leerlingen ook betrokken bij het actualisatieproces. SLO organiseert samen met het LAKS leerlingpanels, waarbij leerlingen reflecteren op de (tussentijdse) plannen en producten van de teams en vakvernieuwingscommissies.
Leerlingpanels reflecteren op de (tussentijdse) plannen en producten van de teams en vakvernieuwingscommissies. Hierin wordt samengewerkt met het LAKS. In de uiteindelijke conceptkerndoelen en -examenprogramma’s wordt toegelicht hoe de input van leerlingen is verwerkt. Tijdens de gehele fase van beproeven worden leerlingen in de lessen betrokken bij de nieuwe vakinhouden. Hun input wordt meegenomen in de definitieve versie van de conceptexamenprogramma’s en conceptsyllabi.
Dat verschilt per vak, de actualisatie van de examenprogramma’s vindt namelijk gefaseerd plaats. De examenprogramma’s en syllabi voor wiskunde vmbo gaan gelden in leerjaar 3 van het vmbo vanaf 2027-2028. Leerlingen doen dan twee jaar later, in voorjaar 2029 centraal examen.
De examenprogramma’s van de andere vakken worden ingevoerd vanaf schooljaar 2029-2030. Dat betekent dat ze dan ingaan voor het leerjaar 3 vmbo of leerjaar 4 havo-vwo. Pas twee jaar of drie jaar later bij vwo maken leerlingen centraal examen voor de vakken met een school- en centraal examen.
Bekijk de planning voor de invoering en examinering van de examenprogramma's voor de avo-vakken.
Het is van groot belang dat scholen voldoende tijd krijgen om de nieuwe examenprogramma’s en bijbehorende syllabi goed en passend te implementeren in hun onderwijs. Ook in aansluiting met de nieuwe kerndoelen. Daarom heeft het ministerie van OCW in overleg met het veld besloten om met uitzondering van wiskunde vmbo de eerste set programma’s in schooljaar 2029-2030 in te voeren, geen twee, maar drie jaar na oplevering. Dit zijn de examenprogramma's voor de vakken Nederlands, Fries, klassieke talen, moderne vreemde talen, maatschappijleer, wiskunde havo-vwo, gecijferdheid vmbo en vwo en O&O en NLT. De examenprogramma's voor wiskunde vmbo worden als enige ingevoerd in schooljaar 2027-2028.
Schooljaar 2026-2027 dient als een breed voorbereidingsjaar om scholen zo goed mogelijk voor te bereiden op het werken met de nieuwe examenprogramma’s en syllabi. Die periode kunnen scholen gebruiken om een plan te maken over hoe de komende jaren de examenprogramma’s in samenhang met de kerndoelen ingevoerd worden, passend bij de visie, wensen en populatie van de school. Respectievelijk twee (vmbo/havo) en drie (vwo) jaar na de start van het eerste cohort leerlingen dat onderwijs krijgt aan de hand van de nieuwe examenprogramma’s en syllabi worden de eerste centrale examens ‘nieuwe stijl’ afgenomen voor vakken met zowel een school- als centraal examen.
Bekijk de planning en tijdlijn voor de invoering.
Het is van groot belang dat scholen voldoende tijd krijgen om de nieuwe examenprogramma’s en bijbehorende syllabi goed en passend te implementeren in hun onderwijs. Ook in aansluiting met de nieuwe kerndoelen. Daarom heeft het ministerie van OCW in overleg met het veld besloten om met uitzondering van wiskunde vmbo de eerste set programma’s in schooljaar 2029-2030 in te voeren, geen twee, maar drie jaar na oplevering. Dit zijn de examenprogramma's voor de vakken Nederlands, Fries, klassieke talen, moderne vreemde talen, maatschappijleer, wiskunde havo-vwo, gecijferdheid vmbo en vwo en O&O en NLT. De examenprogramma's voor wiskunde vmbo worden als enige ingevoerd in schooljaar 2027-2028.
Schooljaar 2026-2027 dient als een breed voorbereidingsjaar om scholen zo goed mogelijk voor te bereiden op het werken met de nieuwe examenprogramma’s en syllabi. Die periode kunnen scholen gebruiken om een plan te maken over hoe de komende jaren de examenprogramma’s in samenhang met de kerndoelen ingevoerd worden, passend bij de visie, wensen en populatie van de school. Respectievelijk twee (vmbo/havo) en drie (vwo) jaar na de start van het eerste cohort leerlingen dat onderwijs krijgt aan de hand van de nieuwe examenprogramma’s en syllabi worden de eerste centrale examens ‘nieuwe stijl’ afgenomen voor vakken met zowel een school- als centraal examen.
Bekijk de planning en tijdlijn voor de invoering.
Elke eindterm in het examenprogramma begint met een doelzin (De leerling…). Vervolgens volgt een uitwerking in maximaal vijf bullets (Het gaat hierbij om:). Beide elementen zijn in regelgeving vastgelegd. Onder de uitwerking volgt een illustratie (Te denken valt aan:). Deze is voorbeeldmatig, bieden inspiratie, maar zijn niet voorschrijvend én niet in regelgeving vastgelegd.
De specificaties vind je in de syllabus, ontwikkeld door het College voor Toetsen en Examens. Deze vind je alleen bij vakken met een school- en centraal examen én alleen voor de inhouden die zijn toegewezen aan het centraal examen (en niet bij inhouden die zijn toegewezen aan het schoolexamen). De specificaties zijn ook vastgelegd in regelgeving en voorschrijvend, en dus niet illustratief zoals de illustraties (Te denken valt aan:).
Lees ook Hoe zijn de eindtermen in een examenprogramma opgebouwd?
Tijdens het ontwikkelen van de examenprogramma’s hebben de commissies een tijdsbegrenzing per vak meegekregen: ontwerpruimte. Het is namelijk belangrijk dat het curriculum in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs ambitieus en betekenisvol is, maar ook uitvoerbaar voor iedere leerling en leraar.
Bij het ontwikkelen van het kader ontwerpruimte is gekeken naar een evenredige verdeling van gelijksoortige vakken, zoals profielvak, profielkeuzevak, vak in het gemeenschappelijke deel of vak in het vrije deel. Daarnaast zijn politieke en inhoudelijke wensen meegenomen. Zo kreeg het versterken van lezen, schrijven, rekenen-wiskunde en burgerschap prioriteit, vanuit het masterplan basisvaardigheden (Kamerstuk 31289-593, 2024). Dit betreft dan de vakken Nederlands, wiskunde en maatschappijleer waar extra ontwerpruimte naartoe is gegaan. Op basis van deze uitgangspunten is het kader ontwerpruimte tot stand gekomen.
De huidige studielasturen voor havo en vwo, vastgelegd in wet- en regelgeving, worden aangepast op basis van het kader ontwerpruimte. Gelijktijdig met de invoering van de eerste tranche van de nieuwe examenprogramma’s. Het ministerie van OCW bereidt daartoe een wijziging van regelgeving voor.
Het kader ontwerpruimte of de studielasturen bepalen niet de daadwerkelijke onderwijstijd. Het kader schrijft ook niet voor hoeveel uur er voor elk vak op de lessentabel moet staan. Het is aan de school om een lessentabel te maken die recht doet aan leraren en leerlingen. Het is belangrijk om vanuit de visie van de school keuzes te maken over hoe vakken worden ingericht en hoe er aan de eindtermen gewerkt wordt.
De invoering van de examenprogramma’s is een goed moment om in de school het gesprek te voeren tussen de schoolleiding en vaksecties, mede op basis van de visie van de school in het professioneel statuut en met instemming van de medezeggenschapsraad. SLO ontwikkelt met scholen een handreiking met overwegingen om mee te nemen in het gesprek vanuit het licht van de curriculumherziening.
Lees verder over ontwerpruimte, actualisatie examenprogramma's.
Tijdens het ontwikkelproces zijn de leermiddelen- en toetsmakers steeds meegenomen in de vernieuwing. In september en oktober 2026 worden er daarnaast per vak sessies voor de leermiddelen- en toetsmakers georganiseerd door SLO in samenwerking met College voor Toetsen en Examens en Stichting Cito. Alle leermiddelen- en toetsmakers zijn in het kader van een gelijk speelveld daarvoor uitgenodigd. SLO en CvTE adviseren geen individuele leermiddelen- en toetsmakers.
Bekijk alle data en locaties via de Uitnodiging: uitgeversbijeenkomsten nieuwe examenprogramma’s.
Voor vakken met een centraal examen heeft het College voor Toetsen en Examens (CvTE) bij de nieuwe examenprogramma’s nieuwe syllabi ontwikkeld. Op basis van deze syllabi ontwikkelt Stichting Cito in opdracht van het CvTE de vernieuwde centrale examens. Daar horen ook voorbeeld centrale examens per vak per schoolsoort/leerweg bij, zodat duidelijk is hoe de vernieuwing landt in de centrale examinering.
Voor Nederlands vmbo-gl/tl, moderne vreemde talen vmbo-gl/tl, havo en vwo en wiskunde havo-vwo wordt onderzocht welke mogelijkheden er zijn voor digitale centrale examinering en op welke termijn. CvTE is verantwoordelijk voor het onderzoek en de uitvoering daarvan.