blijf op de hoogte
Altijd als eerste op de hoogte van de laatste ontwikkelingen? Meld je dan nu aan voor onze automatische updates. Je ontvangt dan een e-mail als wij een nieuwsbericht plaatsen.
In deze serie krijg je antwoord op veelgestelde vragen van leraren, schoolleiders en vakexperts over de actualisatie van de examenprogramma’s. Deze keer de vraag: hoe zijn de eindtermen in een examenprogramma opgebouwd?
Een examenprogramma bestaat uit eindtermen: doelen die leerlingen minimaal moeten bereiken. In de geactualiseerde eindtermen staat beschreven welke kennis, vaardigheden en/of houdingen leerlingen aan het einde van het voortgezet onderwijs minimaal moeten bereiken.
Bij de eindtermen werken we verschillende typen doelen uit:
Deze doelen beschrijven de leeropbrengsten die een leerling moet realiseren, op niveau van kennis en vaardigheden.
Voorbeeld beheersingsdoel
De leerling schrijft afgestemd op doel, publiek en context (Nederlands- havo, eindterm 4).
Het gaat hierbij om:
Deze doelen beschrijven welke inspanning van een leerling wordt verwacht met het oog op ervaringen of expressieve reacties.
Voorbeeld ervaringsdoel
De leerling gebruikt taal op een creatieve manier (Nederlands-havo, eindterm 6).
Het gaat hierbij om:
In de praktijk is er vaak sprake van een hybride uitwerking van eindtermen: één eindterm bevat dan zowel een beschrijving van leeropbrengsten als ervaringen. Wel heeft een hybride eindterm een focus, ofwel op beheersing ofwel op ervaring.
Voorbeeld hybride doel
De leerling toont inzicht in en reflecteert op taalvariatie en taalverandering (Nederlands-havo, eindterm 12).
Het gaat hierbij om:
De eindtermen kennen een vaste opbouw. Elke eindterm begint met een doelzin. In de doelzin staat wat van de leerling wordt verwacht, wat de beoogde opbrengst of het te bereiken doel is. Bij elke doelzin zetten we een uitwerking. Dat is een omschrijving van de kennisinhouden en/of de context, de omstandigheden waarin en/of de middelen waarmee de denkactiviteit en/of gedraging plaatsvindt. Dit doen we onder de noemer ‘het gaat hierbij om’.

Naast een doelzin met uitwerking is er ook nog ruimte voor een beknopte illustratie van de eindterm. Dit noemen we 'te denken valt aan’. Hierin geven we voorbeelden van meer concrete uitwerkingen en/of toepassingen of gaan we in op de mogelijke context. Deze ‘Te denken valt aan’ maakt geen deel uit van de wettelijke eindtermen en verschijnt dus ook niet in het wettelijk vastgestelde examenprogramma.
Bekijk hier meer veelgestelde vragen over de actualisatie van de examenprogramma’s.
Tip: lees ook Hoe is een kerndoel opgebouwd?
Altijd als eerste op de hoogte van de laatste ontwikkelingen? Meld je dan nu aan voor onze automatische updates. Je ontvangt dan een e-mail als wij een nieuwsbericht plaatsen.