Actuele examenprogramma’s dragen bij aan een goede doorstroom naar het vervolgonderwijs en tussen schoolsoorten en leerwegen. Ook bereiden ze leerlingen beter voor op hun plek in de maatschappij. In opdracht van het ministerie van OCW en samen met het onderwijsveld gaat SLO daarom met de actualisatie aan de slag. In de startnotitie staat uitgebreid beschreven waarom de examenprogramma's van de klassieke talen precies worden geactualiseerd.
Een vakvernieuwingscommissie, bestaande uit leraren, vak- en curriculumexperts, werkt aan de actualisatie van de examenprogramma’s klassieke talen. Bekijk welke leraren en experts in de vakvernieuwingscommissie klassieke talen zitten. Naast elke vakvernieuwingscommissie is een advieskring ingericht. De advieskring geeft feedback op de concepttussenproducten. Bekijk de advieskring klassieke talen.
In de werkopdracht van het ministerie van OCW staan de inhoudelijke uitgangspunten en kwaliteitscriteria beschreven. SLO heeft deze werkopdracht vertaald in concrete werkinstructies en een startnotitie, waarin onder andere een probleemanalyse en relevante ontwikkelingen staan beschreven. De vakvernieuwingscommissie werkt op basis van deze documenten en in samenwerking met de advieskring aan de volgende tussenproducten:
Na oplevering van de conceptexamenprogramma’s Griekse taal en cultuur en Latijnse taal en cultuur worden de programma's beproefd en op basis van de inzichten daaruit waar nodig bijgesteld.
In de bovenbouw van het voortgezet onderwijs zijn digitale geletterdheid en burgerschap geen bestaande vakken. Daarom worden burgerschap en digitale geletterdheid in eerste instantie ondergebracht bij de verschillende vakgebieden. De vakvernieuwingscommissie heeft hier gerichte werkinstructies voor gekregen, zodat het totaal dekkend is voor de inhouden van deze nieuwe leergebieden. Zij maken daarbij onder andere gebruik van de Startnotitie digitale geletterdheid en de Startnotitie burgerschap.
Vakverenigingen hebben een actieve rol bij de actualisatie van examenprogramma’s. Vereniging Classici Nederland (VCN) heeft een belangrijke bijdrage geleverd bij de werving en selectie van leden van de vakvernieuwingscommissies, als onderdeel van de advieskring en later bij de toetsing van de conceptexamenprogramma’s. Omdat er een groot beroep wordt gedaan op de inzet van vakverenigingen stelt het ministerie van OCW een subsidie beschikbaar om dit te kunnen organiseren.
De examenprogramma’s Griekse taal en cultuur en Latijnse taal en cultuur zijn ruim tien jaar geleden voor het laatst vernieuwd. Veel leraren en leerlingen ervaren te weinig samenhang en balans tussen de verschillende vakinhouden en vakvaardigheden, en te weinig aandacht voor het hoofddoel. Een focus op vertaalvaardigheid en close reading veroorzaakt overladenheid in de onderwijspraktijk. Leraren ervaren hierdoor te weinig ruimte om het hoofddoel van de vakken, intercultureel bewustzijn, recht te doen. De eisen die in de huidige examenprogramma’s zijn opgenomen voor het minimaal aantal te lezen pagina’s in het schoolexamen en het centraal examen dragen daarnaast ook bij aan een breed gedragen gevoel van overladenheid bij leerlingen en leraren.
Daarom heeft het ministerie van OCW de opdracht aan SLO gegeven om de examenprogrammaprogramma’s te actualiseren.Met de actualisatie van de examenprogramma’s klassieke talen blijven de bedoeling, uitgangspunten en kenmerkende aspecten behouden.
De toelichting op de gemaakte keuzes en de veranderingen ten opzichte van de huidige programma’s vind je in het toelichtingsdocument klassieke talen.
De conceptexamenprogramma's van klassieke talen zijn op de themapagina van SLO te downloaden.
Een examenprogramma is een bij wet- en regelgeving vastgelegd curriculumdocument, dat voor een vak beschrijft wat er aan het einde van het voortgezet onderwijs bereikt moet zijn om het vak met succes af te ronden. De geactualiseerde examenprogramma's beschrijven dat in termen van beheersing en/of ervaring. Het omvat in elk geval een karakteristiek en een set van eindtermen geordend in (sub)domeinen. Indien sprake is van een centraal- en schoolexamen, bevat het examenprogramma ook een verdeling van inhoud over het centraal en schoolexamen.
Actuele examenprogramma’s dragen bij aan een goede doorstroom naar vervolgonderwijs en tussen schoolsoorten en leerwegen. Ook bereiden ze leerlingen voor op hun plek in de maatschappij.
De huidige examenprogramma’s zijn jaren na hun invoering niet meer van deze tijd. Actuele kennis, inzichten en maatschappelijke ontwikkelingen vroegen om een update. De nieuwe examenprogramma’s zijn daarom actueler. Daarnaast beschrijven ze concreter wat leerlingen moeten kennen en kunnen. Hierdoor kunnen scholen en leraren scherpere keuzes maken in aanbod, onderwijs en toetsing/examinering. Ook is er meer aandacht voor de samenhang binnen en afstemming tussen de vakken.
Verder zijn vakdoorsnijdende thema’s geletterdheid en gecijferdheid, burgerschap, digitale geletterdheid en loopbaanontwikkeling explicieter en steviger verankerd in alle programma’s. Nieuw zijn de ervaringsdoelen, naast beheersingsdoelen, om zo een breed én kennisrijk curriculum te bouwen. Ook zijn de examenprogramma’s ontwikkeld in afstemming met de kerndoelen voor het primair onderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs, waardoor er betere doorlopende leerlijnen zijn. Ten slotte zijn de nieuwe examenprogramma’s zo ontwikkeld dat de schoolexamens een duidelijke, goede positie krijgen die complementair is aan de centrale examens.
De nieuwe examenprogramma's vind je op Actualisatie van de examenprogramma's, SLO.
Dat verschilt per vak, de actualisatie van de examenprogramma’s vindt namelijk gefaseerd plaats. De examenprogramma’s en syllabi voor wiskunde vmbo gaan gelden in leerjaar 3 van het vmbo vanaf 2027-2028. Leerlingen doen dan twee jaar later, in voorjaar 2029 centraal examen.
De examenprogramma’s van de andere vakken worden ingevoerd vanaf schooljaar 2029-2030. Dat betekent dat ze dan ingaan voor het leerjaar 3 vmbo of leerjaar 4 havo-vwo. Pas twee jaar of drie jaar later bij vwo maken leerlingen centraal examen voor de vakken met een school- en centraal examen.
Bekijk de planning voor de invoering en examinering van de examenprogramma's voor de avo-vakken.
Het is van groot belang dat scholen voldoende tijd krijgen om de nieuwe examenprogramma’s en bijbehorende syllabi goed en passend te implementeren in hun onderwijs. Ook in aansluiting met de nieuwe kerndoelen. Daarom heeft het ministerie van OCW in overleg met het veld besloten om met uitzondering van wiskunde vmbo de eerste set programma’s in schooljaar 2029-2030 in te voeren, geen twee, maar drie jaar na oplevering. Dit zijn de examenprogramma's voor de vakken Nederlands, Fries, klassieke talen, moderne vreemde talen, maatschappijleer, wiskunde havo-vwo, gecijferdheid vmbo en vwo en O&O en NLT. De examenprogramma's voor wiskunde vmbo worden als enige ingevoerd in schooljaar 2027-2028.
Schooljaar 2026-2027 dient als een breed voorbereidingsjaar om scholen zo goed mogelijk voor te bereiden op het werken met de nieuwe examenprogramma’s en syllabi. Die periode kunnen scholen gebruiken om een plan te maken over hoe de komende jaren de examenprogramma’s in samenhang met de kerndoelen ingevoerd worden, passend bij de visie, wensen en populatie van de school. Respectievelijk twee (vmbo/havo) en drie (vwo) jaar na de start van het eerste cohort leerlingen dat onderwijs krijgt aan de hand van de nieuwe examenprogramma’s en syllabi worden de eerste centrale examens ‘nieuwe stijl’ afgenomen voor vakken met zowel een school- als centraal examen.
Bekijk de planning en tijdlijn voor de invoering.
Nadat de conceptexamenprogramma’s gevalideerd en in praktijk beproefd zijn, worden handreikingen opgeleverd die scholen gebruiken bij het ontwikkelen van schoolexamens. Scholen zijn zelf verantwoordelijk voor het ontwikkelen van de schoolexamens. Als het vak ook een centraal examen kent, worden daarnaast voorschrijvende syllabi opgeleverd die de doelen specificeren die zijn toegeschreven aan het centraal examen. Deze syllabi dienen als basis voor de uitwerking van de centrale examens. Ook helpt het leraren hun leerlingen goed voor te bereiden op de examens.
Elke eindterm in het examenprogramma begint met een doelzin (De leerling…). Vervolgens volgt een uitwerking in maximaal vijf bullets (Het gaat hierbij om:). Beide elementen zijn in regelgeving vastgelegd. Onder de uitwerking volgt een illustratie (Te denken valt aan:). Deze is voorbeeldmatig, bieden inspiratie, maar zijn niet voorschrijvend én niet in regelgeving vastgelegd.
De specificaties vind je in de syllabus, ontwikkeld door het College voor Toetsen en Examens. Deze vind je alleen bij vakken met een school- en centraal examen én alleen voor de inhouden die zijn toegewezen aan het centraal examen (en niet bij inhouden die zijn toegewezen aan het schoolexamen). De specificaties zijn ook vastgelegd in regelgeving en voorschrijvend, en dus niet illustratief zoals de illustraties (Te denken valt aan:).
Lees ook Hoe zijn de eindtermen in een examenprogramma opgebouwd?
Tijdens het ontwikkelen van de examenprogramma’s hebben de commissies een tijdsbegrenzing per vak meegekregen: ontwerpruimte. Het is namelijk belangrijk dat het curriculum in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs ambitieus en betekenisvol is, maar ook uitvoerbaar voor iedere leerling en leraar.
Bij het ontwikkelen van het kader ontwerpruimte is gekeken naar een evenredige verdeling van gelijksoortige vakken, zoals profielvak, profielkeuzevak, vak in het gemeenschappelijke deel of vak in het vrije deel. Daarnaast zijn politieke en inhoudelijke wensen meegenomen. Zo kreeg het versterken van lezen, schrijven, rekenen-wiskunde en burgerschap prioriteit, vanuit het masterplan basisvaardigheden (Kamerstuk 31289-593, 2024). Dit betreft dan de vakken Nederlands, wiskunde en maatschappijleer waar extra ontwerpruimte naartoe is gegaan. Op basis van deze uitgangspunten is het kader ontwerpruimte tot stand gekomen.
De huidige studielasturen voor havo en vwo, vastgelegd in wet- en regelgeving, worden aangepast op basis van het kader ontwerpruimte. Gelijktijdig met de invoering van de eerste tranche van de nieuwe examenprogramma’s. Het ministerie van OCW bereidt daartoe een wijziging van regelgeving voor.
Het kader ontwerpruimte of de studielasturen bepalen niet de daadwerkelijke onderwijstijd. Het kader schrijft ook niet voor hoeveel uur er voor elk vak op de lessentabel moet staan. Het is aan de school om een lessentabel te maken die recht doet aan leraren en leerlingen. Het is belangrijk om vanuit de visie van de school keuzes te maken over hoe vakken worden ingericht en hoe er aan de eindtermen gewerkt wordt.
De invoering van de examenprogramma’s is een goed moment om in de school het gesprek te voeren tussen de schoolleiding en vaksecties, mede op basis van de visie van de school in het professioneel statuut en met instemming van de medezeggenschapsraad. SLO ontwikkelt met scholen een handreiking met overwegingen om mee te nemen in het gesprek vanuit het licht van de curriculumherziening.
Lees verder over ontwerpruimte, actualisatie examenprogramma's.
Tijdens het ontwikkelproces zijn de leermiddelen- en toetsmakers steeds meegenomen in de vernieuwing. In september en oktober 2026 worden er daarnaast per vak sessies voor de leermiddelen- en toetsmakers georganiseerd door SLO in samenwerking met College voor Toetsen en Examens en Stichting Cito. Alle leermiddelen- en toetsmakers zijn in het kader van een gelijk speelveld daarvoor uitgenodigd. SLO en CvTE adviseren geen individuele leermiddelen- en toetsmakers.
Bekijk alle data en locaties via de Uitnodiging: uitgeversbijeenkomsten nieuwe examenprogramma’s.
Nee. In de bovenbouw worden de examenprogramma's per vak per schoolsoort ontwikkeld. Dat blijft zo. Leerlingen volgen in hun profiel (verplichte) vakken, die worden afgesloten met een examen (school-/centraal). De behaalde cijfers komen bij het diploma op de cijferlijst te staan. Uiteraard is het aan de school om vakoverstijgend te werken, projecten met eindtermen uit verschillende programma's vorm te geven en ook vakoverstijgend in het schoolexamen op te nemen. We hebben de nieuwe examenprogramma's zo ontwikkeld dat afstemming tussen vakken en samenhang aanbrengen in onderwijs en toetsing mogelijk is. Wel komen er bij wiskunde en kunst andere vakkenstructuren omdat de huidige vakindelingen niet meer voldoen.
Voor vakken met een centraal examen heeft het College voor Toetsen en Examens (CvTE) bij de nieuwe examenprogramma’s nieuwe syllabi ontwikkeld. Op basis van deze syllabi ontwikkelt Stichting Cito in opdracht van het CvTE de vernieuwde centrale examens. Daar horen ook voorbeeld centrale examens per vak per schoolsoort/leerweg bij, zodat duidelijk is hoe de vernieuwing landt in de centrale examinering.
Voor Nederlands vmbo-gl/tl, moderne vreemde talen vmbo-gl/tl, havo en vwo en wiskunde havo-vwo wordt onderzocht welke mogelijkheden er zijn voor digitale centrale examinering en op welke termijn. CvTE is verantwoordelijk voor het onderzoek en de uitvoering daarvan.
Voor de actualisatie van de examenprogramma's voor de avo-vakken zijn vakvernieuwingscommissie samengesteld met met leraren, vakexperts en curriculumexperts die uit de onderwijspraktijk komen. Zij ontwikkelen samen de eerste versie van de conceptexamenprogramma's. Hiervoor werken ze samen met een advieskring, die onder andere bestaat uit vakverenigingen, wetenschappers, lerarenopleidingen en andere relevante netwerken passend bij het betreffende vak.
Door middel van leerlingpanels vragen we leerlingen wat zij belangrijk vinden bij de ontwikkeling van nieuwe examenprogramma's.
Tijdens de fase van beproeven zijn leraren, schoolleiders en leerlingen betrokken bij het beproeven van de conceptexamenprogramma's. Ze kijken of de nieuwe eindtermen begrijpelijk, bruikbaar en haalbaar zijn.