Samen verder bouwen: spannende dag voor schoolleiders en leraren wiskunde havo-vwo

Redactie Geplaatst op 23 januari 2026

 

Op 16 januari ontmoetten we elkaar in Academie 10 in Utrecht tijdens een inhoudelijke bijeenkomst:  leraren en schoolleiders van 27 scholen die dit schooljaar de conceptexamenprogramma's en –syllabi wiskunde op havo en vwo beproeven in hun klas en school. We haalden samen op deze tussentijdse bijeenkomst het net op na een eerste periode van lesgeven in de nieuwe inhouden.  

Vol energie aan de slag! 

Op deze tussenbijeenkomst gingen we in vijf groepen uiteen: een groep schoolleiders en vier groepen leraren, uitgesplitst naar havo en vwo en naar wiskunde maatschappij en wiskunde natuur. Via een postercarrousel hebben de leraar duo’s op eindtermposters hun feedback gegeven, dit was op basis van hun ervaringen het onderwerp van het eerste blok: wiskundig modelleren voor wiskunde natuur en data en kans voor wiskunde maatschappij. Met de collega’s van Stichting Cito is er kort teruggekeken op de opgaven die de constructiegroepen hadden ontwikkeld. En we keken vooruit naar het onderwijs en de nog in ontwikkeling zijnde opgaven rondom het onderwerp van blok twee: modelleren voor wiskunde maatschappij en data en kans voor wiskunde natuur. Dit ging ook weer via een postercarrousel, de leraar duo’s gaven ditmaal hun verwachtingen en opmerkingen rondom de eindtermen die ze met hun leerlingen zullen beproeven. De gesprekken die ontstonden rondom de posters waren heel inhoudelijk, positief kritisch en stonden vaak bol van de energie. 

Leraren zijn geïnspireerd en voelen zich uitgedaagd om nieuw en relevant wiskundeonderwijs vorm te geven met hun leerlingen, gesteund door hun schoolleiding. Dat geeft energie! 

Klaar? Evalueren maar!  

Focusgroepen met leraren, schoolleiders en andere nauw betrokkenen, zoals materiaalontwikkelaars, vormen het hart van het evaluatieproces tijdens de fase van beproeven. Op deze tussentijdse bijeenkomst werden leraren in kleine groepen bevraagd. De gesprekken richtten zich op hoe de vertaling van de concepteindtermen en -specificaties uit de syllabus naar lessen en toetstaken, inclusief beoordeling is gegaan, en of de concepteindtermen en specificaties haalbaar waren voor de leerlingen qua niveau en beschikbare tijd. Daarnaast waren er ook nog wat vragen die specifiek over dit vak gingen. De onderzoekers van SLO leidden de sessies, zodat alle input en feedback van leraren systematisch werd opgehaald én vastgelegd.  

Zomaar een selectie van een aantal punten waar de leraren op deze bijeenkomst mee kwamen:   

Wiskunde maatschappij 

  • Leraren ervaren de eindtermen die we aan het beproeven zijn nog als te abstract geformuleerd. Daardoor blijft veel open voor interpretatie en is het beoogde eindniveau niet altijd scherp. Tijdens de bijeenkomst zijn er op eindtermniveau veel concrete ideeën opgehaald om de formuleringen te verduidelijken. Ook klinkt een bredere zorg bij de leraren op het havo: het examenprogramma wordt op dit moment als te ambitieus ervaren. Het advies dat leraren hierbij meegeven, is dan ook helder: “Durf te schrappen!”
  • De keuze om te werken met programma’s op de laptop in plaats van een grafische rekenmachine vinden leraren logisch en toekomstgericht. Tegelijkertijd is er zorg of alle scholen wel beschikken over toegankelijke software, zoals Excel en/of VUStat. Voor sommige eindtermen is specifieke software noodzakelijk, waardoor een vrije keuze volgens de leraren niet mogelijk is. Leraren op het havo benadrukken dat het ICT‑gedeelte bij voorkeur in het schoolexamen wordt getoetst, zodat het centraal examen schriftelijk kan blijven — met of zonder grafische rekenmachine.
  • Tot slot vinden leraren het profielgericht werken een meerwaarde en hopen ze dat het straks herkenbaar terugkomt in de contexten van de toekomstige wiskundemethoden. 

Wiskunde natuur: 

  • Leraren gaven aan dat de beproefde eindtermen nog niet voldoende houvast bieden. Ze zijn op dit moment te open geformuleerd, waardoor niet altijd duidelijk is welk eindniveau van leerlingen verwacht wordt. Zo is bij vwo bijvoorbeeld niet scherp omschreven om welke differentiaalvergelijkingen het precies gaat. Daarnaast ervaren leraren havo het conceptexamenprogramma als vol en leraren vwo als te vol. Volgens leraren vwo is er weinig uitgegaan en veel toegevoegd. Hun advies is om sterker terug te redeneren vanuit de vervolgopleidingen.
  • Sommige leraren vwo waren positief over de inhoud van de ter beschikking gestelde materialen, maar vonden de vorm minder passend. Ze zouden graag zien dat die materialen beter aansluiten bij het niveau van de leerlingen en meer verhalende voorbeelden bevat, vergelijkbaar met wat veel bestaande lesmethoden doen. Voor de leraren op het havo kwam het materiaal vooral erg laat waardoor sommige leraren een andere richting gekozen hadden en veel opdrachten zelf moesten maken.
  • Ook was er verdeeldheid in de groepen over de vraag of er wel of geen onderscheid moet worden gemaakt tussen leerlingen met een natuurprofiel N&G en N&T. Bij het vwo vindt een aantal leraren het conceptexamenprogramma te ambitieus voor N&G‑leerlingen die normaliter voor wiskunde A zouden kiezen. Zij vrezen dat deze leerlingen door de zwaarte van het programma zullen afhaken bij dit profiel. Voor leerlingen die normaliter N&G in combinatie met wiskunde B kiezen, denken zij dat het programma wel haalbaar is.
  • Bij het havo zagen leraren eveneens verschillen tussen N&G‑ en N&T‑leerlingen, maar deze verschilden per onderwerp en hingen sterk samen met aanwezige voorkennis, zoals Excel‑ervaring of wiskundige basisvaardigheden. Hoewel sommige leraren op het havo vrezen dat het totale programma voor bepaalde N&G‑leerlingen zwaar kan zijn, geven zij ook aan dat leerlingen het opvallend goed oppakken en dat deze verschillen naar verwachting zullen afnemen zodra alle leerlingen in de onderbouw al vertrouwd raken met modelleren en digitale vaardigheden.
  • Leraren geven ten slotte aan behoefte te hebben aan professionalisering op het gebied van modelleren om deze onderdelen krachtiger en met meer vertrouwen te kunnen onderwijzen. 

Het was een dag vol uitwisseling; energiek, kritisch, maar vooral ook veel nieuwe inzichten en goede ideeën om samen verder te bouwen aan sterk onderwijs. We keken terug op wat we al bereikt hebben en zetten de volgende stap richting het volgende blok.  

De fase van beproeven is een belangrijke stap in de actualisatie van het curriculum van wiskunde havo en vwo in de bovenbouw. De conceptexamenprogramma’s wiskunde beproeven we met leerlingen, leraren en schoolleiders van 27 scholen. In deze vorige nieuwsupdate lees je hoe we begonnen zijn. Deze tussenbijeenkomst van 16 januari is een onderdeel van de fase van beproeven. De slotdag zal 17 april 2026 zijn.   

wil je dit delen?

blijf op de hoogte

Altijd als eerste op de hoogte van de laatste ontwikkelingen? Meld je dan nu aan voor onze automatische updates. Je ontvangt dan een e-mail als wij een nieuwsbericht plaatsen.

Aanmelden updates

* zijn verplicht
Vakken