Actuele examenprogramma’s dragen bij aan een goede doorstroom naar het vervolgonderwijs en tussen schoolsoorten en leerwegen. Ook bereiden ze leerlingen beter voor op hun plek in de maatschappij. In opdracht van het ministerie van OCW en samen met het onderwijsveld gaat SLO daarom met de actualisatie aan de slag. In de startnotitie staat uitgebreid beschreven waarom de examenprogramma’s maatschappijleer precies worden geactualiseerd.
Een vakvernieuwingscommissie, bestaande uit leraren, vakexperts en curriculumexperts, werkt onder begeleiding van een procesregisseur aan de actualisatie van de examenprogramma’s. Bekijk welke leraren en experts in de vakvernieuwingscommissie maatschappijleer zitten. Naast elke vakvernieuwingscommissie is een advieskring ingericht. De advieskring geeft feedback op de concepttussenproducten. Bekijk de leden van de advieskring.
De advieskring geeft feedback en reflecteert op de tussenproducten. De advieskring bestaat uit:
Daarnaast raadplegen de vakvernieuwingscommissies experts op persoonlijke titel. Per vak zijn een aantal experts hier vooraf voor gevraagd en gedurende het vernieuwingstraject kunnen de commissies aanvullend ook andere experts bevragen. Bekijk wie er in de advieskring zitten.
In de werkopdracht van het ministerie van OCW staan de inhoudelijke uitgangspunten en kwaliteitscriteria beschreven. SLO heeft deze werkopdracht vertaald in concrete werkinstructies en een startnotitie, waarin onder andere een probleemanalyse en relevante ontwikkelingen staan beschreven. De vakvernieuwingscommissie werkt op basis van deze documenten en in samenwerking met de advieskring aan de volgende tussenproducten:
Na oplevering van de conceptexamenprogramma’s worden de programma's met het veld beproefd en op basis van de inzichten daaruit worden waar nodig bijgesteld.
De vakvernieuwingscommissie werkt samen met een advieskring, die onder andere bestaat uit vakverenigingen, wetenschappers, lerarenopleidingen en andere relevante netwerken passend bij het betreffende vak. Daarnaast kunnen vakexperts op persoonlijke titel worden geraadpleegd. Uiteraard worden ook leerlingen betrokken bij het actualisatieproces. SLO organiseert samen met het LAKS leerlingpanels, waarbij leerlingen reflecteren op de (tussentijdse) plannen en producten van de vakvernieuwingscommissies.
Vakverenigingen hebben een actieve rol bij de actualisatie van examenprogramma’s. De vakvereniging heeft een belangrijke bijdrage geleverd bij de werving en selectie van leden van de vakvernieuwingscommissies, als onderdeel van de advieskring en later bij de toetsing van de conceptexamenprogramma’s. Omdat er een groot beroep wordt gedaan op de inzet van vakverenigingen stelt het ministerie van OCW een subsidie beschikbaar om dit te kunnen organiseren.
Om de kwaliteit van de tussenproducten en het proces te waarborgen is een intern systeem van kwaliteitszorg ingericht. Dit systeem bestaat uit:
Burgerschap is breder dan het vak maatschappijleer. Het is een opdracht aan de school en er zijn aspecten van burgerschap die ook of juist in andere vakken een plek moeten krijgen, zoals bij Nederlands. Maatschappijleer zal in de bovenbouw van het vo, ook vanwege haar positie in het gemeenschappelijk deel, een centrale rol innemen bij de vervulling van de burgerschapsopdracht. Maatschappijleer wordt nu al door velen als een burgerschapsvormend vak bij uitstek gezien en dat zal in het nieuwe programma nog sterker naar voren komen.
Eind 2022 is een team van leraren, vak- en curriculumexperts gestart om kerndoelen voor burgerschap te ontwikkelen. De vakvernieuwingscommissie maatschappijleer en het team kerndoelen burgerschap bespreken de tussenproducten en wisselen kennis en ervaringen op inhoud uit. Het doel is om samenhang te creëren wat betreft kennis, vaardigheden en houding voor burgerschap, zodat er een doorlopende leerlijn is van primair naar bovenbouw voortgezet onderwijs.
Om zicht te krijgen op de hoeveelheid ruimte die beschikbaar is voor alle vakken in de bovenbouw is het kader ontwerpruimte ontwikkeld. Voor maatschappijleer geeft dit kader een toename in ontwerpruimte weer; van vier naar zeven procent voor vmbo en havo, en van vier naar vijf procent voor vwo. Zie de factsheet voor de doorrekening naar lesuren van 50 minuten en studielasturen. Dat betekent dus meer ruimte voor de uitwerking van inhouden van het vak. De reden hiervoor is dat met name de nieuwe inhouden op het gebied van burgerschap en (in mindere mate) digitale geletterdheid in het curriculum van de bovenbouw bij maatschappijleer ondergebracht worden. Scholen bepalen overigens zelf hoeveel lessen voor een vak op het rooster komen te staan.
Op dit moment kent maatschappijleer alleen een schoolexamen. De vakvernieuwingscommissie geeft advies of maatschappijleer een centraal examen moet krijgen en wat de voor- en nadelen daarvan zouden zijn. Het ministerie van OCW neemt het uiteindelijke besluit hierover.
SLO is actief betrokken bij de expertgroep die nieuwe kwalificatie-eisen burgerschap voor het mbo opstelt. Bij de ontwikkeling van deze kwalificatie-eisen is er expliciet aandacht voor de burgerschapsinhoudelijke ontwikkelingen bij examenprogramma’s en vooral maatschappijleer.
De huidige examenprogramma's maatschappijleer stammen grotendeels uit de vorige eeuw. Door de dynamische en veranderende samenleving sluiten ze dus steeds minder aan bij wat leerlingen nodig hebben om te leren over samenleving en politiek in de huidige tijd. Daarnaast is er niet structureel en zichtbaar aandacht voor burgerschap in de programma’s, terwijl dat wel een wens is die breed gedeeld wordt. Vanwege de inhoudelijke verwantschap met burgerschap en omdat alle leerlingen het vak krijgen, is maatschappijleer een logische landingsplek van burgerschap. Dit geldt voor een deel ook voor aspecten van digitale geletterdheid.
Daarom heeft het ministerie van OCW de opdracht aan SLO gegeven om de examenprogrammaprogramma’s te actualiseren.
De geactualiseerde examenprogramma’s zijn voor alle schoolsoorten en leerwegen hetzelfde opgebouwd. Ook de benaderingswijze van het vak is hetzelfde. Dit is vanuit het oogpunt van burgerschap en kansengelijkheid van belang. Alleen de uitwerking van de eindtermen verschilt.
Vergeleken de huidige programma’s is er een tweetal nieuwe domeinen, de ene schenkt aandacht aan democratische waarden en mensenrechten en de andere gaat over dilemma's en rechtvaardigheid. Leerlingen leren zich zo bewust worden van de weerbarstige werkelijkheid in samenleving en politiek.
De toelichting op de gemaakte keuzes en de veranderingen ten opzichte van de huidige programma’s vind je in het toelichtingsdocument maatschappijleer.
De conceptexamenprogramma's van maatschappijleer zijn op de themapagina van SLO te downloaden.
Een examenprogramma is een bij wet- en regelgeving vastgelegd curriculumdocument, dat voor een vak beschrijft wat er aan het einde van het voortgezet onderwijs bereikt moet zijn om het vak met succes af te ronden. De geactualiseerde examenprogramma's beschrijven dat in termen van beheersing en/of ervaring. Het omvat in elk geval een karakteristiek en een set van eindtermen geordend in (sub)domeinen. Indien sprake is van een centraal- en schoolexamen, bevat het examenprogramma ook een verdeling van inhoud over het centraal en schoolexamen.
Actuele examenprogramma’s dragen bij aan een goede doorstroom naar vervolgonderwijs en tussen schoolsoorten en leerwegen. Ook bereiden ze leerlingen voor op hun plek in de maatschappij.
De huidige examenprogramma’s zijn jaren na hun invoering niet meer van deze tijd. Actuele kennis, inzichten en maatschappelijke ontwikkelingen vroegen om een update. De nieuwe examenprogramma’s zijn daarom actueler. Daarnaast beschrijven ze concreter wat leerlingen moeten kennen en kunnen. Hierdoor kunnen scholen en leraren scherpere keuzes maken in aanbod, onderwijs en toetsing/examinering. Ook is er meer aandacht voor de samenhang binnen en afstemming tussen de vakken.
Verder zijn vakdoorsnijdende thema’s geletterdheid en gecijferdheid, burgerschap, digitale geletterdheid en loopbaanontwikkeling explicieter en steviger verankerd in alle programma’s. Nieuw zijn de ervaringsdoelen, naast beheersingsdoelen, om zo een breed én kennisrijk curriculum te bouwen. Ook zijn de examenprogramma’s ontwikkeld in afstemming met de kerndoelen voor het primair onderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs, waardoor er betere doorlopende leerlijnen zijn. Ten slotte zijn de nieuwe examenprogramma’s zo ontwikkeld dat de schoolexamens een duidelijke, goede positie krijgen die complementair is aan de centrale examens.
De nieuwe examenprogramma's vind je op Actualisatie van de examenprogramma's, SLO.
Dat verschilt per vak, de actualisatie van de examenprogramma’s vindt namelijk gefaseerd plaats. De examenprogramma’s en syllabi voor wiskunde vmbo gaan gelden in leerjaar 3 van het vmbo vanaf 2027-2028. Leerlingen doen dan twee jaar later, in voorjaar 2029 centraal examen.
De examenprogramma’s van de andere vakken worden ingevoerd vanaf schooljaar 2029-2030. Dat betekent dat ze dan ingaan voor het leerjaar 3 vmbo of leerjaar 4 havo-vwo. Pas twee jaar of drie jaar later bij vwo maken leerlingen centraal examen voor de vakken met een school- en centraal examen.
Bekijk de planning voor de invoering en examinering van de examenprogramma's voor de avo-vakken.
Het is van groot belang dat scholen voldoende tijd krijgen om de nieuwe examenprogramma’s en bijbehorende syllabi goed en passend te implementeren in hun onderwijs. Ook in aansluiting met de nieuwe kerndoelen. Daarom heeft het ministerie van OCW in overleg met het veld besloten om met uitzondering van wiskunde vmbo de eerste set programma’s in schooljaar 2029-2030 in te voeren, geen twee, maar drie jaar na oplevering. Dit zijn de examenprogramma's voor de vakken Nederlands, Fries, klassieke talen, moderne vreemde talen, maatschappijleer, wiskunde havo-vwo, gecijferdheid vmbo en vwo en O&O en NLT. De examenprogramma's voor wiskunde vmbo worden als enige ingevoerd in schooljaar 2027-2028.
Schooljaar 2026-2027 dient als een breed voorbereidingsjaar om scholen zo goed mogelijk voor te bereiden op het werken met de nieuwe examenprogramma’s en syllabi. Die periode kunnen scholen gebruiken om een plan te maken over hoe de komende jaren de examenprogramma’s in samenhang met de kerndoelen ingevoerd worden, passend bij de visie, wensen en populatie van de school. Respectievelijk twee (vmbo/havo) en drie (vwo) jaar na de start van het eerste cohort leerlingen dat onderwijs krijgt aan de hand van de nieuwe examenprogramma’s en syllabi worden de eerste centrale examens ‘nieuwe stijl’ afgenomen voor vakken met zowel een school- als centraal examen.
Bekijk de planning en tijdlijn voor de invoering.
Voor de actualisatie van de examenprogramma's voor de avo-vakken zijn vakvernieuwingscommissie samengesteld met met leraren, vakexperts en curriculumexperts die uit de onderwijspraktijk komen. Zij ontwikkelen samen de eerste versie van de conceptexamenprogramma's. Hiervoor werken ze samen met een advieskring, die onder andere bestaat uit vakverenigingen, wetenschappers, lerarenopleidingen en andere relevante netwerken passend bij het betreffende vak.
Door middel van leerlingpanels vragen we leerlingen wat zij belangrijk vinden bij de ontwikkeling van nieuwe examenprogramma's.
Tijdens de fase van beproeven zijn leraren, schoolleiders en leerlingen betrokken bij het beproeven van de conceptexamenprogramma's. Ze kijken of de nieuwe eindtermen begrijpelijk, bruikbaar en haalbaar zijn.
Elke eindterm in het examenprogramma begint met een doelzin (De leerling…). Vervolgens volgt een uitwerking in maximaal vijf bullets (Het gaat hierbij om:). Beide elementen zijn in regelgeving vastgelegd. Onder de uitwerking volgt een illustratie (Te denken valt aan:). Deze is voorbeeldmatig, bieden inspiratie, maar zijn niet voorschrijvend én niet in regelgeving vastgelegd.
De specificaties vind je in de syllabus, ontwikkeld door het College voor Toetsen en Examens. Deze vind je alleen bij vakken met een school- en centraal examen én alleen voor de inhouden die zijn toegewezen aan het centraal examen (en niet bij inhouden die zijn toegewezen aan het schoolexamen). De specificaties zijn ook vastgelegd in regelgeving en voorschrijvend, en dus niet illustratief zoals de illustraties (Te denken valt aan:).
Lees ook Hoe zijn de eindtermen in een examenprogramma opgebouwd?