blijf op de hoogte
Altijd als eerste op de hoogte van de laatste ontwikkelingen? Meld je dan nu aan voor onze automatische updates. Je ontvangt dan een e-mail als wij een nieuwsbericht plaatsen.

Ze ziet het elke dag bij haar leerlingen: kunst verbindt. “Zeker in een bijna individualistische maatschappij, waarin social media zo’n grote rol spelen. Als we door kunstonderwijs leerlingen met elkaar én met de wereld kunnen verbinden, dan ben ik tevreden.”
Kunst is een van de pijlers waarmee de school waar Laura werkzaam is zich profileert. “Onze leerlingen krijgen relatief veel kunstonderwijs. Bovendien bieden wij alle vier de huidige kunstvakken als examenvak aan. We hebben drie theaterstudio’s, muziekstudio’s en andere professionele faciliteiten, naast een enorm gemotiveerd en deskundig kunstteam. Dat is luxe, dat besef ik heel goed.”
Die rijkdom vraagt veel inzet van de leerlingen. “Voor eindexamenleerlingen zitten er gewoon veel uren in, ook wat betreft hun eindexamenopdrachten. Tegelijkertijd is het prachtig om te zien hoeveel eigenaarschap leerlingen daardoor ontwikkelen”, aldus Laura
Juist omdat haar eigen lesomgeving zo rijk is, wilde Laura haar blik verbreden en ook kijken wat ze met de vakvernieuwing voor leerlingen in het land kan betekenen. “Ik was nieuwsgierig. Je zit toch in een bubbel. Hoe staat het kunstonderwijs er op andere scholen voor?” Deelname aan de vakvernieuwingscommissie voelde voor Laura als een logische stap om wat te kunnen betekenen voor het Nederlandse kunstonderwijs.
“Bovendien”, zegt Laura, “staat de wereld onder druk. Er is veel aan de hand. Dan ga je nadenken: wat kan structureel bijdragen aan meer begrip, meer verbinding?” Voor Laura komt dat antwoord steeds weer uit bij kunst. “We doen al veel goeds, maar doen we ook de juiste dingen voor de wereld van nú?”
De naam van het vak verandert van drama naar theater. Dat doet veel meer recht aan de ontwikkelingen in de professionele theaterwereld, met onder meer belevingstheater, theaterinstallaties en objecttheater. “Waar drama in het voortgezet onderwijs momenteel vooral gericht is op het spelen van scènes, is het professionele werkveld inmiddels veel rijker en diverser”, legt Laura uit. “Die ontwikkeling vraagt om een ander perspectief in het curriculum, waar de vakvernieuwing theater dan ook op inzet. In het nieuwe programma hebben we bewust meer focus gelegd op het maakproces. Tegelijkertijd blijft de klassieke vorm nadrukkelijk onderdeel van het vak.”
Een idee dat momenteel wordt verkend, is de introductie van een keuzedomein. Daarin zouden leerlingen zich verder kunnen verdiepen in een specifieke rol binnen het theater, zoals technicus, regisseur of vormgever. “Je erkent daarmee dat theater altijd een samenspel is van verschillende disciplines”, aldus Laura.
Volgens Laura draagt deze verbreding niet alleen bij aan meer eigenaarschap en motivatie bij leerlingen, maar ook aan een betere aansluiting op vervolgopleidingen. “Zo’n keuzedomein zie ik als een kans voor leerlingen om, bijvoorbeeld in combinatie met het profielwerkstuk of LOB, ook beter zicht te krijgen op vervolgopleidingen die verbonden zijn aan het theatervak. Als we in het voortgezet onderwijs al laten zien hoe breed het theatervak eigenlijk is, bereiden we leerlingen veel realistischer voor op wat hen daarna te wachten staat.”
Een belangrijk thema vindt Laura het mondiale perspectief. “Tijdens mijn theateropleiding ben ik vooral ‘westers’ opgeleid. Ik merkte hoeveel ik nog te ontdekken had. Collega’s tipten boeken over theater in Turkije en China, die waren zó verrijkend.” Die verbreding ziet ze direct voor zich in de klas. “Je maakt bijvoorbeeld een verbeeldingsreis met leerlingen. Niet alleen kijken en bespreken, maar ook doen, maken en ervaren.” Ze schetst lessen waarin leerlingen zich afvragen: hoe wordt een theatervorm in een heel ander werelddeel ontvangen? En hoe wordt een stuk uit een ander land door ons in Nederland ervaren? Wat zegt dat over cultuur en over de samenleving? “Dat zijn prachtige denkopdrachten.”
Een terugkerende spanning in de vakvernieuwing is die tussen vrijheid geven en houvast bieden. Laura: “We willen en kunnen leraren niet voorschrijven wat ze moeten doen. Iedere leraar heeft eigen kwaliteiten en eigen invalshoeken.” Tegelijkertijd ziet ze het risico van vrijblijvendheid. “Het mag niet afhangen van welke leraar je treft, of leerlingen bepaalde ervaringen wel of niet krijgen.”
Daarom zocht de commissie naar formuleringen die richting geven zonder dicht te timmeren. “We hebben geprobeerd concreter te omschrijven wat de leerling doet en wat daarvan het beoogde effect is. Net als bij de kerndoelen werken we bovendien met suggesties via de formulering ‘te denken valt aan’.”
Laura vervolgt: “Doordat we één raamwerk en één gezamenlijke opbouw van de eindtermen hebben ontwikkeld voor álle kunstvakken én álle schooltypen, krijgen we nu een doorlopende leerlijn. Dat maakt overstappen van bijvoorbeeld vmbo naar havo makkelijker. Bovendien kun je per schooltype differentiëren, waardoor ook in de twee jaar vmbo-bovenbouw, alles uit de eindtermen aan bod kan komen. Voor theater doen ervaringsjaren ertoe, meer dan cognitieve vermogens. We verwachten dat differentiatie binnen de klas met de nieuwe eindtermen spannend wordt, maar ook kansrijk. Scholen met veel kunsturen kunnen de vrijheid verder oprekken. Scholen met minder faciliteiten hebben juist meer houvast aan duidelijke doelen.”
Nu de laatste adviesronde nadert, is de oproep van Laura aan haar collega’s in het land helder: laat je horen. “Via de VONKC-conferentie op 6 maart, via je vakvereniging, of rechtstreeks bij de advieskring. Als we de vakvernieuwing samen landelijk dragen, kunnen we het kunstonderwijs echt een boost geven. Want”, zegt ze overtuigd, “dat hebben we nodig. Voor onze leerlingen en voor de wereld waarin zij opgroeien.”
Lees hier meer over de VONKC Curriculum Conferentie 2026 en schrijf je in!
Tekst: Brigitte Bloem
Altijd als eerste op de hoogte van de laatste ontwikkelingen? Meld je dan nu aan voor onze automatische updates. Je ontvangt dan een e-mail als wij een nieuwsbericht plaatsen.