blijf op de hoogte
Altijd als eerste op de hoogte van de laatste ontwikkelingen? Meld je dan nu aan voor onze automatische updates. Je ontvangt dan een e-mail als wij een nieuwsbericht plaatsen.

Janneke onderzocht in haar masterscriptie de achterliggende keuzes van het centraal praktisch examen (CPE) beeldende vorming op het vmbo. Die kennis komt nu rechtstreeks van pas. “Je ziet dat het huidige vak beeldende vorming op het vmbo een andere inhoud heeft dan op havo en vwo. Tussen de schoolsoorten is er wat beeldend betreft veel verschil. Een eenduidige opbouw ontbreekt. Dat was gewoon niet meer uit te leggen. Met deze actualisatie komt er eenduidigheid en wordt het voor iedereen veel overzichtelijker.”
Volgens Janneke draait de vakvernieuwing kunst en cultuur vooral om de huidige ruimte te behouden, maar wel de eindtermen te verduidelijken en onderdelen eventueel uit te splitsen. “Mijn bijdrage aan de vakvernieuwingscommissie is dat ik ervoor sta dat er ruimte is voor interdisciplinair werken, zonder het bijzondere van de vakdisciplines te verliezen. Dat zie je terug in de eindtermen, die voor alle kunstvakken in grote lijnen gelijk zijn. “Daardoor ontstaan er meer mogelijkheden voor leraren en leerlingen om samen te werken. Maar eerlijk is eerlijk, dat kost implementatietijd. Niet iedereen voelt zich daar meteen comfortabel bij.” Wat er nodig is om die stap te zetten? “Extra scholing, absoluut”, zegt Janneke. “Maar ook het besef dat je niet alles perfect hoeft te beheersen.”
Janneke hoopt dat leraren soms een beetje buiten hun eigen discipline durven te stappen. Dat ze samen met leerlingen meer experimenteren en uitproberen. “Ook zal het niet voor iedereen op alle scholen haalbaar zijn”, nuanceert ze. “Maar, als er maar één kunstvak op een school wordt aangeboden kun je met dit vernieuwde examenprogramma ook prima uit de voeten”, is haar overtuiging.
Ook CKV leent zich bij uitstek voor een interdisciplinaire aanpak, vindt Janneke. “Het is een kennismakingsvak, maar ook een vak van reflectie op kunst. Het maken is bij CKV duidelijk niet het einddoel.”
In haar masterscriptie onderzocht Janneke het CPE beeldende vorming op het vmbo. “Ik vroeg me af: is dit wel uitdagend genoeg voor de vmbo-leerlingen? Motiveert het ze voldoende? Je ziet in de klas wat leerlingen nodig hebben: houvast, maar ook vrijheid.” Toen de vacature voor de vakvernieuwingscommissie voorbij kwam, wezen mensen haar erop dat het écht iets voor haar zou zijn. In de commissie werkt ze samen met collega’s met decennia aan ervaring én met jonge vernieuwers. “We voeren gepassioneerde discussies. Dat is waardevol.”
Janneke werkt inmiddels op nog een tweede school, een brede scholengemeenschap. Ze merkt dat leraren die ook op havo en vwo lesgeven, vmbo-leerlingen soms minder uitdagen.
“Sommige collega’s gaan de verschillen tussen de schooltypen uitvergroten, waardoor ze onbewust de vmbo-leerling onvoldoende uitdagen. Terwijl er juist binnen de niveaus erg grote verschillen zitten tussen leerlingen. Je kunt de vmbo-leerling dus niet als een gelijksoortige groep beschouwen. Je moet differentiëren in de klas.” Zelf probeert ze vooral te kijken naar hoe je de vmbo-leerlingen extra prikkelt en boven zichzelf uit kunt laten stijgen. Haar advies: “Ga uit van wat ze wél kunnen en doe daar een schepje bovenop.” Dat geldt zowel voor CKV als voor het vak beeldend, ervaart ze. CKV op het vmbo heeft bovendien een eigen dynamiek. “Scholen hebben veel vrijheid. Soms doen ze CKV in een themaweek. Dat kan leuk zijn als het bovenop de lessen zou zijn, maar niet als dat het enige is dat wordt aangeboden in een jaar. CKV is een volwaardig vak. Met de eindtermen die we nu ontwikkelen is dat veel duidelijker.”
De vakvernieuwing beeldend gaat ook zorgen voor een doorlopende leerlijn. “De eindtermen zijn in de basis gelijk, maar je differentieert per schooltype. Dat betekent een enorme werkdrukverlichting als je als leraar eindexamen beeldend op verschillende schooltypen geeft. Je hoeft je immers niet meer te verhouden tot alle verschillende eindtermen en verschillende examensoorten”, stelt Janneke.
Een belangrijk onderdeel van het kunstvak beeldend is het CPE. Janneke pleit ervoor om dat zeker te behouden. “In twaalf uur werken mijn vmbo-eindexamenleerlingen op school intensief aan één opdracht met een door Cito vastgesteld thema. De leerlingen maken een mindmap, een ideeënblad, doen beeldend onderzoek, maken een eindwerk en reflecteren. Het is pittig”, erkent ze, “maar leerlingen ervaren het als een heel logische afsluiting van hun eindexamenvak beeldend. En het mooie is: zo’n 10.000 leerlingen doen dezelfde opdracht. Dat verbindt ook leraren onderling. We wisselen regelmatig uit hoe de leerlingen het tijdens zo’n periode hebben gedaan. Bovendien is er elk jaar een nieuw thema. Daar moet je als leraar ook weer induiken. Ook daar praat ik over met collega’s in het land. Op die manier blijf je als leraar uitgedaagd worden en raak je telkens opnieuw geïnspireerd om mee te gaan met de tijd. Je kunt immers niet ieder jaar hetzelfde programma afdraaien.”
De komende tijd kunnen leraren nog reageren op de laatste ronde tussenproducten. Dat is belangrijk, vindt Janneke. “Verdiep je er nu vast in!” adviseert ze. “Bedenk of, en zo ja, hoe je je huidige opdrachten kunt koppelen aan de nieuwe concepteindtermen. En laat van je horen op de VONKC conferentie op 6 maart.”
Lees hier meer over de VONKC Curriculum Conferentie 2026 en schrijf je in!
Tekst: Brigitte Bloem
Altijd als eerste op de hoogte van de laatste ontwikkelingen? Meld je dan nu aan voor onze automatische updates. Je ontvangt dan een e-mail als wij een nieuwsbericht plaatsen.