De actualisatie van de examenprogramma's

De wereld verandert voortdurend. Digitalisering, maatschappelijke ontwikkelingen en nieuwe inzichten vragen om onderwijs dat meebeweegt. Daarom worden de examenprogramma’s voor de algemeen vormende vakken in de bovenbouw van vmbo, havo en vwo in het voortgezet onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs vernieuwd.

Het doel is helder: leerlingen beter voorbereiden op hun vervolgopleiding, hun rol in de samenleving en hun toekomst. Daarvoor is een curriculum nodig dat actueel, samenhangend en uitvoerbaar is.
De nieuwe examenprogramma’s maken duidelijker wat leerlingen moeten kennen, kunnen én ervaren aan het einde van hun middelbare school. Tegelijkertijd blijft er ruimte voor scholen en leraren om vanuit hun eigen visie keuzes te maken en accenten te leggen.

Samen met het onderwijsveld
 


De actualisatie van de examenprogramma’s gebeurt niet achter een bureau. Sinds 2022 ontwikkelen we samen met leraren, schoolleiders, lerarenopleiders, vakdidactici en andere betrokkenen de nieuwe examenprogramma’s. Eerder zijn de kerndoelen voor het primair onderwijs, speciaal onderwijs en de onderbouw van het voortgezet (speciaal) onderwijs herzien, net als de examenprogramma’s wiskunde voor het vmbo.

Tijdens het ontwikkelproces worden de conceptexamenprogramma’s bovendien beproefd in de praktijk. Feedback van leraren, leerlingen en schoolleiders wordt gebruikt om de programma’s verder aan te scherpen en beter uitvoerbaar te maken.
Daarnaast werken we nauw samen met het College voor Toetsen en Examens (CvTE) en Stichting Cito voor de ontwikkeling van syllabi en centrale examens. Zo ontstaat een goede verbinding tussen curriculum, toetsing en examinering.

Inhoudelijke keuzes

Voor de actualisatie hebben we verschillende inhoudelijker keuzes gemaakt. Hieronder lichten we deze keuzes per onderdeel toe. 

Een breed curriculum

De geactualiseerde examenprogramma’s dragen bij aan een breed, inclusief en gevarieerd curriculum. Met een breed curriculum bedoelen we dat het curriculum bijdraagt aan alle drie de doeldomeinen:

  • Kwalificatie: het verwerven van basiskennis en -vaardigheden waarmee alle leerlingen hun potentieel kunnen realiseren en die nodig zijn voor toekomstige studies en beroepen.
  • Socialisatie: bekend en verbonden zijn met culturen, tradities en praktijken in de samenleving, waaronder democratische normen en waarden.
  • Persoonsvorming: het ontwikkelen van een onafhankelijke positie in de wereld en zodoende zelfstandig oordelen en handelen. In staat zijn om op deze positie te reflecteren en bewust te worden dat ieder blijvend in staat is om zelf richting te geven aan deze positie en daar dus ook verantwoordelijk voor gehouden kan worden.

Een concreet en consistent curriculum

De nieuwe generatie examenprogramma’s is concreter geformuleerd. De eindtermen beschrijven doelstellingen om ervaringen op te doen en de kennis en vaardigheden die leerlingen aan het einde van de bovenbouw vo minimaal bereikt moeten hebben. In tegenstelling tot de vigerende examenprogramma's gaat het hierbij niet alleen om beheersingsdoelen maar ook om ervaringsdoelen.
De examenprogramma’s van alle vakken zijn op dezelfde manier opgebouwd:

  • een karakteristiek die de bedoeling van en de positie van het vak in de bovenbouw vo beschrijft
  • een raamwerk dat beschrijft hoe de eindtermen geordend worden in domeinen en subdomeinen
  • een set van eindtermen bestaande uit doelzin en uitwerking
  • voor vakken met een centraal en schoolexamen: de verdeling van inhouden over het centraal en het schoolexamen
  • een begrippenlijst met omschrijvingen van belangrijke vakspecifieke begrippen

De eindtermen in de examenprogramma’s geven richting aan verdere uitwerking naar onderwijs- en toetsprogramma’s. De examenprogramma’s zijn tegelijkertijd zo opgebouwd en geformuleerd dat leraren, schoolleiders en bestuurders ruimte behouden voor keuzes vanuit een eigen schoolvisie en zelf accenten kunnen leggen op basis van de leerlingpopulatie of identiteit. Examenprogramma’s fungeren daarmee – net als kerndoelen – als instrument voor curriculum- en onderwijsontwikkeling. Ze zijn onderdeel van de eigen kwaliteitszorg van scholen.

Een samenhangend curriculum

Niet eerder zijn de kerndoelen voor alle leergebieden en de examenprogramma’s voor de algemeen vormende vakken in samenhang herzien, zowel qua inhoud als qua opbouw. Er is gewerkt met een gemeenschappelijke architectuur: alle leergebieden en vakken kennen een karakteristiek en alle doelen zijn op gelijke wijze opgebouwd en geordend van po naar vo en van onderbouw naar bovenbouw. Niet alleen op wijze van formuleren is zoveel mogelijk afgestemd, ook op inhoud en terminologie. Dat heeft geresulteerd in een gezamenlijke opbouw en inhoudelijke uitwerking van domeinen, subdomeinen en eindtermen tussen verwante vakken, zoals tussen talen en tussen natuurwetenschappelijke vakken. Maar ook in nauwe afstemming tussen de vakken wiskunde en natuurkunde of Nederlandse taal en cultuur en maatschappijleer.

Daarnaast zijn er meerdere vakdoorsnijdende inhouden die in elk examenprogramma in elke schoolsoort en leerweg een plek heeft gekregen:

  • Burgerschap: het vermogen om maatschappelijk en democratisch te functioneren en gezamenlijk de diverse samenleving vorm te geven.
  • Digitale geletterdheid: Kennis hebben van digitale technologie en digitale media en beschikken over vaardigheden om deze te gebruiken.
  • Gecijferdheid: het vermogen om adequaat te handelen en redeneren in (alledaagse) situaties waarin getallen, getalsmatige en meetkundige aspecten naar voren komen.
  • Geletterdheid: het vermogen om geschreven taal te begrijpen, te evalueren en doelgericht te gebruiken, in het persoonlijke leven en in maatschappelijke context.
  • Loopbaanontwikkeling: het gebruiken van ervaringen, interesses en kwaliteiten bij de eigen loopbaanontwikkeling.

Door deze thema’s in alle vakken te integreren, wordt gewerkt aan kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming in alle vakken en op alle schoolsoorten.

Een uitvoerbaar curriculum

Het is belangrijk dat het curriculum ook uitvoerbaar is voor iedere leerling en leraar. Om overladenheid van het curriculum te voorkomen, is voor het bijstellen van de examenprogramma’s daarom een tijdsbegrenzing per vak vastgesteld: de ontwerpruimte. Door rekening te houden met de relatieve ruimte per vak, wordt een curriculum ontwikkeld dat in principe uitvoerbaar is voor leraren en leerlingen. Ontwerpruimte bepaalt niet één op één de daadwerkelijke onderwijstijd op school. Het is aan de school om een lessentabel te maken die recht doet aan enerzijds de omvang van het vak en anderzijds de visie, leerlingen en context van de school.

Tijdens het bijstellen van de examenprogramma’s is kritisch bekeken in hoeverre inhouden in alle sectoren, schoolsoorten en leerwegen passend zijn voor de leerlingen. Ook is bekeken in hoeverre ze aansluiten bij wat nodig is voor verschillende uitstroomrichtingen in het vervolgonderwijs. 

Een examineerbaar curriculum

Een goede afstemming tussen de landelijke doelen en hoe deze onderwezen, getoetst en geëxamineerd worden, is cruciaal. Als het gaat om de wijze van examinering en toetsvormen, streven we ernaar dat deze passen bij de bedoeling en inhouden van de examenprogramma’s. Niet alle doelen lenen zich voor centrale examinering. Schoolexaminering biedt meer ruimte en mogelijkheden voor het verzamelen van bewijzen van leren via passende toetsvormen. Daarom doen we in  de nieuwe examenprogramma’s en syllabi zoveel mogelijk recht aan de eigenstandige, gelijkwaardige en complementaire positie van het schoolexamen ten opzichte van centrale examens in de diplomabeslissing.

Goed onderwijs gebeurt in de school

Goede examenprogramma’s zijn een belangrijke voorwaarde voor sterk onderwijs. Maar de kwaliteit van onderwijs ontstaat uiteindelijk in de klas en in de school. 
Het zijn schoolleiders, leraren en andere direct betrokkenen in de school die het curriculum betekenis geven voor hun leerlingen. Zij bepalen hoe zij de doelen vertalen naar hun lessen en maken daarbij dagelijks afwegingen over didactiek, begeleiding, toetsing en examinering. De nieuwe examenprogramma’s ondersteunen hen daarbij met meer duidelijkheid, samenhang en houvast.

Curriculumontwikkeling als doorlopend proces

De actualisatie van de examenprogramma’s is geen eenmalige operatie. Er wordt gewerkt aan een structurele aanpak voor onderhoud van het curriculum.
Signalen uit de praktijk, onderzoek en monitoring worden gebruikt om het curriculum actueel, uitvoerbaar en relevant te houden. Zo blijft het onderwijs aansluiten bij een samenleving die voortdurend verandert.

wil je dit delen?

blijf op de hoogte

Altijd als eerste op de hoogte van de laatste ontwikkelingen? Meld je dan nu aan voor onze automatische updates. Je ontvangt dan een e-mail als wij een nieuwsbericht plaatsen.

Aanmelden updates

* zijn verplicht
Vakken