blijf op de hoogte
Altijd als eerste op de hoogte van de laatste ontwikkelingen? Meld je dan nu aan voor onze automatische updates. Je ontvangt dan een e-mail als wij een nieuwsbericht plaatsen.

Ik las een bericht op LinkedIn van een schoolbestuurder waarin zowel het rentabiliteitscijfer van bijna 4% (voor de niet bedrijfseconomen, winstgevendheid in procenten per jaar) als andere financiële kengetallen (cijfers die samen een beeld geven van de financiële situatie) stonden. Zo’n bericht laat zien dat financiën serieus worden genomen, maar ook hoé vluchtig cijfers soms worden gepresenteerd. Het is goed dat een schoolbestuur financieel gezond is. Toch is het de vraag of het logisch is om een dergelijk rentabiliteitscijfer op LinkedIn te delen.
Zo’n bericht kent namelijk een gevaar. De betekenis van financiële kengetallen kan verloren gaan als cijfers los worden gepresenteerd, zonder uitleg of context. Uiteraard was dat niet de intentie van deze bestuurder. Toch roept het bij mij een bredere vraag op. Welke boodschap geven wij onbedoeld mee in onze lessen bedrijfseconomie? En hoe vaak bespreken we financiële kengetallen, zonder echt stil te staan bij de betekenis ervan?
Bij het vernieuwen van het vak bedrijfseconomie voeren we als commissie veel gesprekken. Soms gaan die over woorden en begrippen. Eén begrip waar we uitgebreid bij stilstaan, is winstmaximalisatie: het streven om zoveel mogelijk winst te maken.
In theorie kan dit denken aantrekkelijk zijn. Het helpt om kritisch te kijken naar kosten, opbrengsten en de bijbehorende keuzes. In de praktijk kan het echter ook verkeerd worden toegepast. Dat hangt sterk af van de context. Voor commerciële organisaties is denken in winst vaak passend en logisch. Maar als we dit denken zonder onderscheid toepassen op alle commerciële organisaties en waar mogelijk ook onbedoeld op niet-commerciële organisaties, dan gaat er iets mis.
Dat roept een logische vraag op: wat bedoelen we eigenlijk met winstmaximalisatie, en gebruiken we dit begrip wel op de juiste manier? Het idee dat organisaties vooral winst moeten maken, komt niet uit het niets. Het wordt vaak gekoppeld aan de econoom Milton Friedman.
Friedman wordt vaak aangehaald met de uitspraak: “There is one and only one social responsibility of business – to use its resources and engage in activities designed to increase its profits…” Met deze uitspraak stelt hij dat bedrijven één maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben: winst maken, zolang zij zich aan de regels houden en eerlijk concurreren. Deze zin wordt vaak gebruikt om te benadrukken dat bedrijven zich vooral op financiële resultaten moeten richten.
Wat veel mensen niet weten, is dat Friedman in datzelfde artikel ook een belangrijke nuance aanbrengt. Over andere typen organisaties schrijft hij:
“The situation of the individual proprietor is somewhat different.” Daarmee bedoelt hij dat de situatie van een zelfstandig ondernemer anders is. Als zo’n ondernemer ervoor kiest om minder winst te maken om maatschappelijke redenen, dan besteedt hij zijn eigen geld, en niet dat van iemand anders. Volgens Friedman is dat zijn recht, en is daar niets mis mee.
Toch is vooral zijn eerste uitspraak blijven hangen. Die is een eigen leven gaan leiden. Friedman richtte zich namelijk op bedrijven met aandeelhouders, waar bestuurders zijn aangesteld om de financiële belangen van anderen te behartigen. Dat is een andere situatie dan die van alle commerciële organisaties, laat staan van niet commerciële organisaties. Voor organisaties met aandeelhouders kan de uitspraak iets genuanceerd worden door te veronderstellen dat aandeelhouders naast financiële belangen ook andere belangen kunnen hebben.
Als commissie hebben wij ervoor gekozen om een onderdeel van het conceptexamenprogramma te wijden aan Waarden naar doelstellingen. Daarmee streven we ernaar om in de klas het gesprek te openen over de waarden die een organisatie belangrijk vindt en hoe die waarden haar doelen bepalen. Zo maken we zichtbaar dat andere doelen dan winstmaximalisatie een belangrijke rol kunnen spelen. Tegelijk blijft winstmaximalisatie een mogelijke doelstelling. Die keuze ligt bij de organisatie zelf, binnen de grenzen van de wet. Wat voor ons telt, is dat die keuze bewust wordt gemaakt en besproken.
Het doel is niet om te verzanden in discussies. We blijven als bedrijfseconomen dicht bij ons vak. Juist daarom is dit gesprek nodig. Het helpt leerlingen om financiële cijfers beter te begrijpen en laat zien dat niet iedere ondernemer zijn keuzes baseert op het maximaliseren van winst.
Moet je in het algemeen vormend onderwijs niet dwingender zijn? Duurzaamheid, klimaat en natuur: dat zou de boventoon moeten voeren, weg met die winst. Er zijn mensen die hiervoor pleiten. Tegelijk is de vraag of dit leerlingen daadwerkelijk verder helpt.
Door te verkennen welke doelen een organisatie (naast of in plaats van winst) kan hebben, zonder vooraf te bepalen wat de uitkomst moet zijn. Zo ontstaat ruimte voor nadenken en afwegen, in plaats van het volgen van één vast standpunt.
Met de toevoeging van waarden naar doelstellingen aan het conceptexamenprogramma hopen we ruimte te creëren voor echte gesprekken in de klas. Gesprekken over waar organisaties voor staan, welke waarden zij belangrijk vinden en hoe die doorwerken in hun doelen. Door leerlingen hierover met elkaar in gesprek te laten gaan, ontstaat een breder perspectief. Een perspectief waarin betekenis centraal staat, zonder dat er vooraf vastgestelde normen worden opgelegd. Zo leren leerlingen zelf afwegen en kiezen. Hopelijk helpt dat hen later, in bepalende rollen, om bewuste keuzes te maken en verder te kijken dan één enkel doel.
Daarbij blijven we hen voeden met alles wat ons vak zo sterk maakt. Want bedrijfseconomie laat zien hoe cijfers, keuzes en waarden samenkomen. En juist dát maakt het, wat ons betreft, het mooiste vak van het voortgezet onderwijs!
Altijd als eerste op de hoogte van de laatste ontwikkelingen? Meld je dan nu aan voor onze automatische updates. Je ontvangt dan een e-mail als wij een nieuwsbericht plaatsen.