blijf op de hoogte
Altijd als eerste op de hoogte van de laatste ontwikkelingen? Meld je dan nu aan voor onze automatische updates. Je ontvangt dan een e-mail als wij een nieuwsbericht plaatsen.
Differentiëren is in het onderwijs geen nieuw thema. Integendeel: het is een kernbegrip binnen didactisch handelen. Toch kent differentiëren binnen het vak lichamelijke opvoeding (LO) een eigen dynamiek. Waar leerlingen in het voortgezet onderwijs worden gegroepeerd op basis van cognitieve vermogens, zien we een in de gymzaal juist geen indeling in meer of minder ontwikkelde motorische vaardigheden. Die verschillen zijn er uiteraard wel. Ze zijn niet alleen groot, maar ook contextafhankelijk. Een leerling die uitblinkt in balsporten kan zich onzeker voelen bij turnen en andersom. Differentiëren in de lespraktijk is daarom vanzelfsprekend, maar roept tegelijkertijd fundamentele vragen op over de eindtermen.
Want wat verwachten we eigenlijk van leerlingen? En belangrijker nog: wat mógen we verwachten? Ons uitgangspunt is dat iedere leerling het vak LO met een voldoende moet kunnen afsluiten. Wanneer een leerling een beweging niet beheerst, moet dit niet automatisch tot een onvoldoende voor het vak LO leiden. Tegelijkertijd willen we leerlingen wel degelijk iets leren: beter bewegen, zichzelf ontwikkelen en een duurzame plek vinden binnen de sport- en beweegcultuur, zodat ze uiteindelijk een leven lang met plezier bewegen. LO gaat daarmee niet alleen over prestatie, maar ook over participatie en persoonsvorming. Dit spanningsveld raakt direct aan de vraag of en hoe we moeten differentiëren in eindtermen. Moeten die voor vmbo-leerlingen anders zijn dan die voor havo- of vwo-leerlingen? Leerlingen volgen immers verschillende leerwegen en verschillen onder andere in onderwijsduur.
Om dit vraagstuk beter te doorgronden, hebben we als vakvernieuwingscommissie de praktijk opgezocht. We waren te gast op de Thorbecke Scholengemeenschap in Zwolle, waar zowel praktijkonderwijs als vmbo wordt aangeboden. Met een open blik observeerden we de lessen en spraken we docenten en leerlingen. Wat we zagen, was veelzeggend. Leerlingen die plezier hadden in bewegen, ieder op hun eigen niveau. Leerlingen die trots waren op kleine successen. Maar ook leerlingen die nog zoekende waren; naar vertrouwen, naar competentie en naar een plek waar ze zich veilig voelen om te bewegen. In korte gesprekken vertelden zij wat ze leuk vinden, wat ze zichzelf wel en niet zien doen tijdens een les LO.
Deze ontmoetingen maakten duidelijk dat eindtermen ruimte moeten bieden voor variatie. Niet door de lat lager te leggen maar door zowel beheersings-als ervaringsdoelen te maken. Minder nadruk op uniforme prestatie-eisen en meer aandacht voor ontwikkeling, inzet, reflectie en voor het kiezen van passende beweegvormen, juist door de leerling zelf. In onze vervolgsessies hebben we de eindtermen daarom opnieuw kritisch bekeken. Wat zien we wel? Wat zien we niet? Bieden deze eindtermen alle leerlingen een eerlijke kans om te slagen, zonder de essentie van het vak uit het oog te verliezen en wordt er logisch voortgeborduurd op de kerndoelen? De domeinen ‘samen bewegen’ en ‘betrokken bewegen’ komen terug in de vernieuwde eindtermen.
Onze conclusie? Differentiëren in de les doen we al dagelijks. De uitdaging voor ons als vakvernieuwingscommissie is om die realiteit op een doordachte manier te vertalen naar eindtermen. Voor het keuzevak bewegen, sport en maatschappij (BSM) hebben we een vergelijkbare zoektocht gedaan. Dit vak wordt vaak gekozen door leerlingen met een specifieke interesse. Om de variatie in verwachtingen en niveaus beter te rechtvaardigen, vraagt dit vak om meer verdieping, zelfstandigheid en meer beheersingsdoelen ten opzichte van het vak LO.
De zoektocht voor LO was subtieler. Hier lijkt de oplossing niet te liggen in verschillende eindtermen per onderwijssoort, maar in eindtermen die ruimte laten voor verschillende manieren om hetzelfde doel te bereiken. Leerlingen laten kiezen welke beweeguitdagingen zij willen aangaan én ook hoe zij dit willen doen; dus ‘welk werpnummer in de atletiek wil ik gaan oefenen en hoé ga ik dat dan precies aanpakken?’ Uiteindelijk blijft ons einddoel: zorgen dat iedere leerling, ongeacht zijn of haar startpunt, niet alleen kan slagen, maar ook daadwerkelijk in beweging blijft.
Altijd als eerste op de hoogte van de laatste ontwikkelingen? Meld je dan nu aan voor onze automatische updates. Je ontvangt dan een e-mail als wij een nieuwsbericht plaatsen.